woensdag 14 februari 2018

Analyseren met de computer deel 2

Toen ik ruim 2 decennia geleden begon te schaken, bestond er heel veel scepticisme tegenover schaakprogramma's. Velen vermeden het als de pest want echt schaken kon het elektronisch ding niet, laat staan dat het je iets zou kunnen aanleren. Het zat zelfs zo diep dat ik een aantal schakers van de oudere generatie gekend heb die tot een paar jaar geleden nog nooit met een schaakprogramma hadden gewerkt ondanks tientallen jaren schaak op de teller.

Zoiets lijkt onvoorstelbaar natuurlijk voor de huidige generatie die opgegroeid is met talloze schaakprogramma's. Vandaag zullen weinigen nog ontkennen dat een computer nuttig kan zijn om beter te leren schaken. Trouwens het aanbod aan allerlei schaakprogramma's groeit nog steeds waardoor we tevens meer dan ooit de noodzaak voelen dat iemand hierbij helpt. Echter net zoals bijna 6 jaar geleden in deel 1 stel ik vast dat de schaakliteratuur hier in gebreke blijft. Ik vermoed dan ook dat de vraag naar info-sessies over schaaksoftware zoals ik laatst gaf voor LSV en volgend weekend voor Mechelen sterk zal toenemen. De +60 jarige Belgische FM Johan Goormachtigh zal het dan weer hebben o.a. over Chessbase in een 5 tal lessen voor de KGSRL. De inhoud zal hoogstwaarschijnlijk slechts beperkt zijn tot de absolute basis, gezien het doelpubliek en ik Johan niet zie als iemand die zeer intensief werkt met schaakprogramma's.

Kortom elke ambitieuze speler zal vandaag zijn partij al eens onderwerpen aan een schaakprogramma. Tegenwoordig is wellicht de DroidFish Chess app het meest gebruikte schaakprogramma om snel een verdict te krijgen van de gespeelde partij. Bijna 100% van de jongeren heeft een smartphone en ik zie dan ook na de partijen steevast de toestellen naar boven komen om die app te consulteren. Spijtig stel ik eveneens vast dat het voor de meesten daar ook bij blijft. Op chesspub ontstond er zelfs 2 maanden geleden een discussie in hoeverre het nog nuttig was om dieper te analyseren. Iemand opperde luidop dat ik beter mijn tijd verdeel over andere schaakactiviteiten zoals lezen van schaakboeken, oefeningen oplossen,...

Ik ben er zeker van dat velen er zo over nadenken. In het verleden heeft meer dan eens een internationaal meester mij verteld dat hij zelf niet zo grondig zijn partijen analyseert als ik doe. Dus dan zou je logischer wijze kunnen afleiden dat minder zeker ook moet volstaan want zij zijn uiteindelijk verder op de schaakladder geraakt met minder analyseren. Anderzijds is dit argument geen hard bewijs om minder tijd te spenderen aan het analyseren van de eigen partijen want misschien hadden ze nog (veel) verder gestaan mits meer te analyseren. Daarnaast wordt ook geargumenteerd dat de huidige schaakprogramma's zo sterk zijn dat de winst aan kwaliteit door ze meer tijd te geven om de analyse uit te laten voeren, niet rendeert. Ik deed de proef op de som met een volledige partij-analyse volgens de Fritz 15 interface met onderstaande hypersnelle configuratie daarbij gebruik makend van Komodo 11.
Dus ik geef Komodo slechts 1 seconde per zet. Daarnaast zet ik de foutenmarge op 30 wat betekent vanaf 0,3 pion-verschil t.o.v. de beste zet, wordt een zet becommentarieerd door de computer. Tenslotte gebruik ik als openingsreferentie een correspondentie-database. Als test-voorbeeld gebruikte ik mijn partij tegen de Nederlandse IM Xander Wemmers die reeds aan bod kwam in mijn artikel geheim omdat de partij een behoorlijke foutenlast heeft. Het verbluffende resultaat hieronder kreeg ik in een paar minuten.

Ik en Xander behoren tot de 1% sterkste schakers maar zelfs aan een tempo van 1 seconde per zet kon Komodo 11 alle belangrijke fouten detecteren en dat terwijl ik slechts een zeer gemiddelde portable gebruikte. Kortom dit is nogmaals een bewijs dat de schaakprogramma's ons zeer ver hebben voorbij gestoken. Zelfs met serieuze handicaps spelen ze nog steeds veel sterker dan ons. Om dit aspect beter in kaart te brengen heb ik er een kleine studie over gemaakt.
  • Geschatte fide-rating huidig topprogramma 1 minuut per zet: 3200 (CCRL en SSDF spreken over 3400 elo maar ik vermoed dat hun fide-elo wel eens een paar honderd punten lager kan liggen)
  • Jaar extra ouderdom: -52 elo (zie mijn artikel vooruitgang van schaakprogrammas deel 2)
  • Sterkte extra ply: 66 elo (zie citeseerx.ist.psu.edu)
  • Extra engine parallel: - 1 ply (enkele tests op eigen laptop)
  • Extra lijn parallel: - 1 ply (enkele tests op eigen laptop)
  • Halvering tijd: - 1 ply (zie wikispaces.com/Depth)
Voorbeeld: 3 jaar oud programma, 2 engines, 15 seconden per zet, 3 lijnen parallel
  • Basis : 3200 elo
  • 3 jaar oude programma: - 156 elo
  • 2 engines: - 66 elo
  • 15 seconden per zet: - 132 elo
  • 3 lijnen parallel:  -132 elo
Analyses gebeuren op een 2714 elo sterkte.

Dus zelfs al gebruik je een reeds gedateerd programma op een zeer amateuristische wijze dan nog krijg je de output op het niveau van een supergrootmeester. Behalve voor professionals mag je er vanuit gaan dat dit volstaat, niet? Wel ik vind dit een beetje te kort door de bocht. Vooreerst is het toch best interessant om kwaliteit voorop te stellen in je openingsanalyses al is het maar om die niet over een paar jaar helemaal opnieuw te moeten maken. Trouwens killer-nieuwtjes zijn zelfs op amateur-niveau niet uitgesloten.

Daarnaast moeten we ook toegeven dat de output van een computer gewoon heel slecht begrijpbaar is (zie bovenstaande dump). Je mag dan wel weten waar de fouten zijn maar waarom en hoe weet je vaak nog niet. Niet zelden vergt het heel wat extra analysewerk om te weten hoe de vork precies aan de steel zit. Denk bijvoorbeeld aan mijn artikel het vlindereffect waarin ik demonstreerde hoe ik na diepe analyses ontdekte waarom een kleine verandering in de stelling zulke belangrijke evaluatie-verandering veroorzaakte. Hierbij gebruik ik dus zeer geregeld de techniek om de computer tegen zichzelf een aantal zetten te laten spelen.

Tenslotte ben ik ook van mening dat intensief werken met een topprogramma sowieso gunstig is voor je eigen ontwikkeling. Enerzijds omdat veel kleinere positionele fouten anders te gemakkelijk worden genegeerd. Dit soort foutjes moeten ook worden gedetecteerd en bijgeschaafd zeker als iemand meesterniveau ambieert. Anderzijds is het sowieso interessant om veel naar zeer sterke zetten te kijken. Het is niet voor niets dat trainers aanraden om grootmeesterpartijen te bekijken en topprogramma's spelen dan nog eens veel sterker. In hetzelfde schuitje zitten de lomonosov tablebases. Geen enkele mens is in staat om nog maar de kennis van die tablebases te benaderen maar ik geloof wel dat je eindspel-intuïtie kunt aanscherpen door geregeld de tablebases te raadplegen. In elk geval ondervind ik dat ik vaak veel sneller en beter kan inschatten of een bepaald eindspel winstkansen heeft waardoor ik ook makkelijker en beter beslissingen kan nemen.

Toen ik in 1990 begon met het analyseren van mijn partijen aan de hand van mijn allereerste tafelcomputer Mephisto Europa A (speelsterkte 1700 elo) was ik genoodzaakt om veel tijd met de computer te spenderen om een minimum niveau te bereiken. Die noodzaak is er vandaag niet meer maar ondertussen heb ik wel geleerd dat er nog vele andere redenen zijn om toch je partijen grondig te analyseren met een computer. In elk geval is het zo dat te weinig analyseren veel schadelijker is voor de ontwikkeling van een schaker dan te veel analyseren.

Brabo

donderdag 8 februari 2018

UltraCorr-X

Het buzzwoord Internet der dingen vind ik persoonlijk een afschuwelijk gedrocht maar beschrijft tezelfdertijd wel vrij goed een zeer snel groeiend fenomeen. Steeds meer (nieuwe) toepassingen gebeuren niet meer op menselijke individuele basis maar worden d.m.v. het internet gemonitord en bijgestuurd. Ook het schaken bleef hier niet achterwege bij. Online databases bestaan al sinds het begin van het internet maar het was de pionier chess.db die voor het eerst in 2012 ervoor zorgde dat een database met partijen van spelers dagelijks wordt bijgewerkt. Plots verdween hierdoor de vereiste om zelf nog zulk soort dure database aan te kopen en geregeld up te daten. Tegen eind 2013 bleek reeds 40% van alle spelers en coaches op het wereld jeugdkampioenschap te Al Ain hiervan gebruik te maken zie statistieken chess.db.

Uiteraard bleef Chessbase niet bij de pakken zitten en ging in de tegenaanval door begin 2014 hun eigen online dagelijks bijgewerkte database te lanceren bovendien gekoppeld aan hun vlaggeschip Chessbase 14 (12 toen)  Hiermee won men zeker weer klanten want het is uiteraard veel makkelijker om alle partijvoorbereidingen binnen 1 programma te kunnen uitvoeren. Later in hetzelfde jaar lanceerde Chessbase ook de mogelijkheid om eigen databases in de cloud te bewaren zie deel 1 en deel 2. Delen van databases met anderen of gewoon tussen diverse toestellen (smartphone, tablet, computer,...) werd hierdoor kinderspel.

Persoonlijk hou ik echter deze internet-revolutie voorlopig nog steeds af. Jezelf 100% afhankelijk maken van internet-dekking is vandaag nog steeds riskant. Zo stond nog geen 2 dagen geleden een artikel op hln dat nog steeds 39 Waalse gemeenten geen 4G hebben en zelfs mobiel bellen moeilijk is zie hier. Daarnaast hangt er vaak ook een prijskaartje vast aan het gebruiken over het internet van databases. Er zijn de eventuele extra kosten gelinkt aan de internetconnectie maar ook de eigenaar van de database kan een kost aanrekenen voor het gebruiken van de database. Trouwens grote online databases hebben meestal een beperkte keuze aan zoekfuncties om ervoor te zorgen dat de servers niet door het internetverkeer onderuitgaan.

Kortom ik verkies te werken met databases rechtstreeks bewaard op de harde schijf van mijn computer. Nadeel is natuurlijk dat je wel extra tijd verliest door het geregeld updaten van de databases met de laatste nieuwe partijen of het synchroniseren van diverse toestellen. Een reactie die ik kreeg op de LSV-sessie voor schaakprogramma's was dat sommigen dit vervelend karweitje niet zagen zitten. Je bent slechts amateurschaker dus dan wil je niet dagelijks tijd hieraan spenderen. Volstrekt begrijpbaar want zelf doe ik het ook niet. Om maximaal rendement te verzekeren doe ik daarom slechts 2 keer per jaar een update van mijn databases net voor de enige 2 open tornooien die ik normaliter elk jaar speel: Gent en Leuven. Tussenin voor de Belgische interclub vul ik de eventuele gaten op met een snelle check op chess.db om te zien of er toch nog iets is wat ik niet mag vergeten te analyseren.

Mijn proces van welke updates voor welke databases beschreef ik al in mijn artikel databases gebruiken. Een dik uur duurt het dus om alles 1 keer up te daten en tot recent was ik zeer tevreden over de return. Tot recent want een 2 maanden geleden ontdekte ik per toeval via de online chessdatabase dat er 2 belangrijke referentiepartijen ontbraken in mijn database. Een eerste was een partij gespeeld op Deutsche E-mail-Schachclub.
Een tweede partij werd gespeeld op de Lechenicher Schaakserver waarbij de zwartspeler de Belg Aime Truyens blijkt te zijn.
Dus het killernieuwtje waarmee ik uitpakte in mijn vorig artikeltje, bleek toch al eerder te zijn ontdekt en zelfs tot 2 maal toe. Dit is 1 specifieke stelling waarin ik een gat ontdekte in mijn nochtans zopas geupdate databases maar wellicht bestaan er veel meer. Dit soort correspondentie-partijen gespeeld niet op iccf, verzamel ik niet. Hoogtijd om hier iets aan te doen dus ging ik op zoek hoe gemakkelijk eventueel tegen een prijsje dit soort partijen ook op mijn computer te kunnen bewaren.

Het eerste adres is natuurlijk Chessbase. Zij bieden Corr Database 2018 aan. 1,4 miljoen partijen maar tegen een zeer stevig prijskaartje van 189,9 euro. Openingmaster biedt ons Om Corr aan. 1,7 miljoen partijen hier tegen een zeer schappelijke prijs van 39 euro/ jaar. Echter de goedkoopste keuze is niet altijd de beste keuze en een recente review op chesspub laat verstaan dat de service op zijn minst niet optimaal is. Zelf heb ik in het verleden ook al opgemerkt dat openingmaster geregeld langere tijd inactief was. Tenslotte heb je UltraCorr-X gefabriceerd door de Ierse Senior Internationaal Meester Tim Harding. Voor 52,5 euro heb je 1,7 miljoen partijen met de partijen hierboven die ik miste.

Omdat ik zelf in een ver verleden al eens een correspondentie-database van Tim had gekocht en tevreden hierover was, moest ik uiteindelijk niet lang twijfelen om opnieuw zijn product te kiezen. Ik heb er geen spijt van gekregen want de kwaliteit is opnieuw uitstekend. Wel wil ik nog opmerken als je de database gedownload hebt dat je daarna eerst de encryptie moet verwijderen vooraleer toegang te krijgen. De sleutel krijg je van Tim maar je hebt Chessbase nodig om die te activeren. De Fritz 15 interface kan dat niet maar gelukkig kreeg ik een hint van 1 van mijn studenten. Je kan gratis Chessbase reader downloaden en daar heb je wel de mogelijkheid om de sleutel te activeren.

Brabo

woensdag 31 januari 2018

De (on)zin van blitz deel 2

Er wordt gezegd dat lesgeven aan kinderen jezelf jong houdt maar ik krijg eerder het omgekeerde gevoel. Steeds vaker stel ik vast dat ze mij als een dinosaurus beschouwen uit lang vervlogen tijden. Neem nu de draaischijftelefoon. Iedereen van mijn generatie of ouder weet wat het is maar voor de huidige jeugd is het ding heel verwarrend zie een grappig artikeltje op hln. Of het nu technologie, muziek of schaken is, steeds merk ik op dat er een gigantische kloof bestaat tussen mezelf en de jeugd. Ik viel laatst weer eens van mijn stoel toen zelfs een grote groep +twintigers nog nooit hadden gehoord van twic of ssdf. Twic bestaat al sinds 1994 en wordt beschouwd als 1 van de eerste zoniet de eerste online nieuwssite en is nog steeds actief. SSDF is een nog steeds actieve computerranking die al bestaat sinds 1984!

Kortom enkel in de jaren dat ik competitie-schaak speelde is er al enorm veel veranderd. Sommige schakers hebben de brui gegeven omdat de technologische revolutie hen het plezier afnam. Anderen zoals mezelf hebben zich trachten zo goed mogelijk aan te passen of zelfs getracht te profiteren van de nieuwe mogelijkheden. Zo mag ik stellen dat er een enorme evolutie is geweest in mijn partijvoorbereidingen in de laatste 2 decennia. Trouwens niet alles was hierbij kommer en kwel want niemand wil terug naar de loodzware koffers vol met (dikke papieren) schaakboeken. Hieronder geef ik via een tijdslijn de diverse ontwikkelingen weer in mijn persoonlijke partijvoorbereiding-evolutie. Sommige data waren niet exact terug te vinden dus werden bij benadering genoteerd.
  • 1996: Aankoop eerste PC met Fritz. Eerste partijvoorbereidingen op spelers waar ik al eerder tegen gespeeld heb hierbij gebruik makend van aangekochte openingsboeken en enkele eigen analyses gemaakt met behulp van een engine.
  • 1997: Opzoeken van eerder gespeelde partijen van mijn tegenstanders in eerste databases beschikbaar voor PC.
  • 2003: Start gebruiken van engine openingsboek die gratis bij een engine wordt geleverd om sneller een zicht te krijgen op de mogelijkheden in een opening.
  • 2005: Creatie van database waar ik mijn partijvoorbereidingen verzamel per kleur om zo beter gewapend te zijn in de Franse interclub waar vaak heel weinig tijd is om voor te bereiden.
  • 2007: Creatie van database voor partijen gespeeld door spelers in Deurne naar aanleiding van spelen clubkampioenschappen in Deurne (Na geboorte eerste kind, stopte ik met buitenland spelen en ging in plaats lokaal klubkampioenschap meespelen) omdat de commerciële databases weinig of geen partijen bevatten van spelers uit lagere elo-regionen.
  • 2010: Checken van correspondentiepartijen en computerpartijen voor frisse ideeën bruikbaar in de partijvoorbereiding.
  • 2012: Creatie van mijn detail-database om de openingsanalyses van gespeelde partijen te kunnen uitdiepen en dit vervolgens ook geregeld consulteren tijdens de partijvoorbereiding.
  • 2013: Creatie van mijn eerste openingsboek gebaseerd op tornooipartijen gespeeld door +2300 spelers omdat de commerciële openingsboeken theoretisch te snel achterop hinken en duur zijn.
  • 2013: geregeld downloaden van twic, iccf- en engine partijen + consulteren tijdens partijvoorbereidingen van online databases zoals chess.db omdat ik mij realiseer dat ik beter op de hoogte moet zijn van de meest recente evoluties.
  • 2015: monte carlo systeem geïntroduceerd in partijvoorbereidingen om snel een idee te krijgen wat er in openingen met weinig of geen referentiepartijen kan gebeuren. Snelle analyses worden steeds interessanter met de steeds sterker wordende schaakprogramma’s.
  • 2017: Aankoop Chess position trainer om specifieke openingsanalyses te oefenen voor een partijvoorbereiding.
  • 2017: Beter voorbereiden door het meer gestructureerd bekijken van openingen via gespeelde online blitzpartijen.
Mijn laatste nieuwe voorbereidings-hulpmiddel is dus het systematischer gebruiken van mijn online gespeelde blitzpartijen. In dit artikel zal ik tonen hoe efficiënt dit kan zijn mits er voldaan is aan 2 voorwaarden. Eerst en vooral moet je makkelijk toegang hebben tot je eigen gespeelde partijen. Het is dan ook de belangrijkste reden waarom ik vandaag Playchess verkies om online te spelen. Weinig of geen andere interfaces zorgen ervoor dat de partijen automatisch worden bewaard op de computer zie de database myinternetgames.cbh die ik vermeldde in mijn vorig artikel. De 2de vanzelfsprekende voorwaarde is dat je in blitz hetzelfde repertoire speelt als in gewoon schaak. Sommige blitzers hebben een aangepast openingsrepertoire speciaal voor de blitz maar hun blitzpartijtjes zullen dan niet bruikbaar zijn voor deze nieuwe methode van voorbereiden.

Als voorbeeld van een succesvolle implementatie van blitzervaring in de partijvoorbereiding, kijken we naar de opening waarmee we vorig artikel afsloten. Na wits 8ste zet zijn er al bijna geen partijen meer in de commerciële databases. Je kan dan de engine activeren maar door het open karakter van de stelling heeft zoiets weinig nut. Het spel kan nog te veel kanten op. Veel nuttiger vind ik het om eens te kijken wat ik online al tegen heb gekregen in die stelling en in het bijzonder kijk ik dan naar de verliespartijen die ik al heb geleden. In blitz wordt natuurlijk veel onzin gespeeld en met een filter op enkel je eigen verliespartijen wordt toch deels het kaf van het koren gescheiden. Hieronder zien we een screenshot van al mijn verliespartijen met die stelling.


Daarna zal ik 1 per 1 met een engine snel checken wat ik precies verkeerd deed in die partijen en vooral of ik iets serieus gemist heb in de opening. Zo ook bijvoorbeeld de partij waarmee ik verloor na 8...c6 (zie hierboven in geel aangeduid). Toen ik die stelling aan mijn engine gaf, kwam hij met een zeer merkwaardig pionoffer op de proppen zie screenshot hieronder.


Uiteraard spendeerde ik even tijd om te begrijpen wat het pionoffer precies omhelsde. Dit proces herhaalde ik voor al mijn verliespartijen (11 stuks dus best doenbaar) hierbij nog enkele gelijkaardige topnieuwtjes ontdekkend. Daarna trok ik een streep onder de partijvoorbereiding. Meer doen gezien de zeer beperkte openingskennis die ik had van mijn tegenstander, leek mij nutteloos. Een paar uurtjes later begon onze partij.
Al tijdens de partij kon ik mijn emoties moeilijk verbergen. Edouard trapte recht in een van de vallen die ik thuis had voorbereid. Behalve 1 zet in een reeds zeer complexe positie, werd het een rechtlijnige overwinning voor mij. Mijn tegenstander was vol lof over mijn openingsconcept maar ik gaf achteraf ruiterlijk toe dat ik het fantastisch idee had gepikt van een +3000 elo engine.

Puur toeval zal je wellicht denken. Misschien is dit wel zo maar ik heb in het verleden al meerdere malen gezien dat wat in blitz op het bord komt, ook vaak durft in standaardschaak te verschijnen. Ervaren schakers gaan dikwijls de zet spelen die ze al in de eerste seconden hebben gezien. Zeker in stellingen met een niet-geforceerd karakter valt mij dit fenomeen op. De teller van mijn persoonlijke database met online gespeelde blitzpartijtjes is reeds voorbij 60.000. Voor mij is dit een schat aan extra materiaal die ik eventueel in een partijvoorbereiding kan gebruiken.

Brabo

woensdag 24 januari 2018

De partijvoorbereiding deel 2

Het viel mij al meerdere malen op tijdens open tornooien dat ik zowat de enige ben die zijn portable bij zich heeft. Ik krijg hierbij vaak blikken van wat wil je daarmee bereiken want tenslotte is er toch te weinig tijd tussen de ronden om iets voor te bereiden. De meesten zullen maximaal eens hun smartphone adresseren om snel te kijken wat hun volgende tegenstander recent nog op het bord heeft gehad.

Mijn rugzak met computer moet ook de nieuwsgierigheid gewekt hebben bij de bestuursleden van lsv chesspirant want ik werd eind vorig jaar uitgenodigd om zaterdag laatst een uitgebreide lezing te geven over schaaksoftware. Het thema ligt mij nauw aan het hart dus ging ik met plezier de uitdaging aan en dat zullen de aanwezigen ervaren hebben. Na 4 uur bijna non-stop uitleg was men duidelijk toe aan ontspanning die werd aangeboden in de vorm van een nieuwjaarsreceptie. Indrukwekkend was de eerste reactie die ik kreeg en daarmee wist ik al hoe laat het was. Het was te veel geweest en daarnaast ook vaak te moeilijk om te volgen voor de meesten.

De volgende dag in mijn wekelijkse schaakles te Mechelen had ik het ook over schaaksoftware maar ik maakte niet meer dezelfde fouten. Eerst deed ik een grondige check over wat mijn leerlingen vandaag gebruiken en al kennen. Dit bleek opnieuw zeer weinig te zijn. Om te beginnen raadde ik aan net als in mijn artikel databases gebruiken om de Fritz-interface te gebruiken. Dit ene programma is een soort cockpit of controlekamer waarmee je alle operaties kunt aansturen in zeer korte tijd. Hieronder zie je een schematische voorstelling van de diverse componenten die aangestuurd worden op mijn PC dankzij de Fritz-interface.

Ik gebruik versie 15 die gratis wordt geleverd samen met het aankopen van Komodo 11 (80 euro). Je kan dezelfde interface ook verkrijgen door het aankopen van Houdini 6 van de Belg Robert Houdart die eind vorig jaar TCEC seizoen 10 superfinal won maar is iets duurder (100 euro). Tenslotte werd vorig jaar ook versie 16 gelanceerd van de interface. Echter de nieuwigheden (o.a. spellingcheck en stemherkenning) lijken voor mij niet erg belangrijk en bovendien kan je de interface voorlopig enkel verkrijgen bij het aankopen van de 200 punten zwakkere Fritz-engine.

Vervolgens is het zaak om alle basisfuncties van de interface goed onder de knie te hebben. Dit is iets wat ik serieus onderschat heb in LSV. Ik ging van de veronderstelling uit dat zeker de gevorderde schakers weten hoe een engine-boek zelf aan te maken of wat de cijfertjes allemaal voorstellen in het engine-venster maar dat bleek helemaal niet te kloppen. Ook mijn leerlingen in Mechelen hadden nog nooit de handleiding gelezen van om het even welk Chessbase-programma. Trouwens dat is niet iets typisch voor het schaken. Mensen lezen in het algemeen geen handleidingen meer zie bv nog het recente hln artikel waarin verteld wordt dat 75% van de automobilisten niet meer weet wat de waarschuwingslampjes betekenen op het dashbord.

Ik zal ook niet beweren dat ik elke handleiding of steeds de kleine lettertjes lees van alles wat ik aankoop of op inschrijf want dan ben je meer dan de helft van de vrije tijd kwijt. Echter ik sta wel steeds stil bij de voor en nadelen van het al dan niet lezen. Zo spendeerde ik meerdere uren vorig jaar aan het lezen van de handleiding van mijn nieuwe wagen en besliste ik al lang geleden dat het absoluut noodzakelijk is om de online Fritz-handleiding (zelfs in het Nederlands beschikbaar) te lezen wanneer je serieus wilt analyseren en voorbereiden. Volgende keer wanneer iemand mij nog vraagt om uitleg te geven over schaaksoftware zal ik dan ook eerst vragen of ze die handleiding al eens hebben doorgenomen.

Tenslotte krijg ik soms ook de opmerking dat voorbereiden in de lagere regionen niet mogelijk is omdat er te weinig partijen van de tegenstander in de database staan. Daar kan een laptop meezeulen, een goede interface met databases erop installeren en de handleiding van buiten leren niets aan veranderen. Echter ik weet uit ervaring dat men vaak fel onderschat wat voor informatie er te halen is uit zelfs een handvol partijen van de toekomstige tegenstander. Een mooi voorbeeldje was de 4de ronde in het voorbije Open Leuven. Ik filterde de stelling na wits 4de zet en merkte op dat de Nederlandse expert Eduard Coenen geen enkele partij hiermee heeft staan in de databases.
Uit bovenstaand screenshot zien we dat er in het openingsboek meer dan 10.000 meesterpartijen gespeeld zijn met die stelling. De mogelijkheden zijn zo uitgebreid dat een voorbereiding onbegonnen werk lijkt. Echter hier komen mijn getallen-vaardigheden van pas. In mijn dagdagelijks job moet ik trends vinden in getallenreeksen en iets gelijkaardigs is ook mogelijk zelfs op een handvol partijen. Laat ons kijken naar een aantal recente partijen van Edouard. Zoals uitgelegd in mijn artikel databases gebruiken is hierbij de sneltoetscombinatie "ALT+Q" handig om de zettenreeksen te bekijken.

Mij valt er onmiddellijk op dat Edouard steeds a6 ergens in de opening speelt ongeacht de opstelling van wit. Dit kan een bewuste keuze zijn maar vaak is het een teken dat de speler niet flexibel is. Een mens houdt nu eenmaal niet van verandering en soms leidt dit tot een krampachtig vasthouden aan bepaalde gewoontes. Meerdere voorbeelden hiervan kwamen al aan bod op deze blog zie de partijvoorbereiding deel 1bjk deel 1bjk deel 2 met als toppunt natuurlijk openen met de f pion en universele-systemen. Ik bedoel dat we dus een zeer goede kans hebben dat Edouard ook a6 zal spelen in de stelling waarvan we eerder geen partijen van hem hebben gevonden. Deze informatie zorgt ervoor dat we veel gerichter kunnen voorbereiden. Het is een kleine moeite om tenminste de hoofdlijn te bekijken waarmee ik trouwens al enige ervaring heb zie de valse waarheid. Het aantal meesterpartijen zakt al heel snel terug zoals we in hieronder screenshot zien.
De partij zelf komt in een volgend artikeltje aan bod maar ik kan nu al stellen dat Edouard totaal verrast was door mijn voorbereiding. Dit is ook iets wat mij opvalt wanneer ik speel tegen onbekende spelers met weinig partijen in de database. Men verwacht totaal niet dat er op hen wordt voorbereid waardoor het effect van een voorbereiding soms groter is dan bij iemand met veel partijen in de database. Kortom volgende keer toch eens overwegen om een pc mee te nemen naar een tornooi want wie weet, scoor je ermee een extra punt.

Brabo

dinsdag 16 januari 2018

Halloween

Een kleine 2 maand geleden was het zoals elk jaar weer hoogspanning thuis. Het sinterklaasfeest stond voor de deur dus liet ik mijn kinderen een lijstje maken wat ze allemaal graag zouden krijgen. Daarna is het natuurlijk altijd kwestie van de verwachtingen een beetje te temperen want de vraag is altijd groter dan het aanbod. Het gesprek met mijn 8 jarige zoon liep deze keer niet echt zoals verwacht.
- Ik: "Moet je echt dat hebben? Zouden we niet beter niet voor dat andere kiezen?
- Zoon: "Het is weer te duur voor jou zeker?"
- Ik: "Mmm? Voor mij?
- Zoon: "Ik bedoelde voor sinterklaas natuurlijk."
- Ik: "Weet jij al iets meer over sinterklaas?"
- Zoon:"Wel ik heb tante Ellen buiten zien de chocolade-eieren verstoppen toen ik 5 was. Ik heb mama het muntje van de tandenfee zien leggen onder mijn kussen toen ik mijn eerste tand had verloren. Dus weet ik ook wel al lang wie sinterklaas is."
- Ik:"Oei en ik die hoopte om nog even te kunnen genieten van jouw jeugdige onschuld. Waarom heb je mij niets eerder verteld?"
- Zoon:"Ach ik speelde het spelletje mee om zo zeker geen cadeautjes te missen. Dit betekent toch niet dat ik dit jaar geen cadeautjes zal krijgen?

Natuurlijk ontzegde ik hem niet zijn cadeautjes. Alle kinderen dromen ervan en elke cultuur heeft wel zijn eigen kinderfeest hiervoor. Zo is het grote kinderfeest op 31 december in Rusland : Дед Мороз & Снегурочка (Grootvadertje Vorst met zijn kleindochter Snegoerotsjka). Net als de Sint in België  kan je hem/hen geregeld ontmoeten in winkelcentra of zelfs op de straat. Tevens zie je ze in talloze reclame opdraven. Zelfs gigantische standbeelden worden er van hen gemaakt waarbij het aanschuiven was om een foto met de kinderen van te maken.
Mijn 2 kinderen poserend bij de standbeelden.
Natuurlijk betekende dit voor hen dat ze een tweede keer konden profiteren van cadeautjes. Opa en oma (kortatei en nanei noemen we ze volgens hun Tataarse achtergrond) lieten hen genieten van snoep en een stevige zakcent waarmee ze zelf iets mochten kopen.

Aan andere kinderfeesten doen wij met ons gezin niet mee alhoewel ik zie dat Halloween ook in onze contreien steeds populairder wordt. In mijn kindertijd bestond het helemaal niet maar vandaag zie ik steeds meer activiteiten rond Halloween. Zo was er tijdens de week van Open Le Touquet een echte trick or treating zie o.a. twitter VilleduTouquet.

Echter het is niet omdat ik zelf geen Halloween als kind meegemaakt heb, dat het iets is dat ik slechts recent leerde kennen. Alleen al door het schaken kwam ik al decennia geleden in contact met Halloween. Ik heb het natuurlijk over het Halloweengambiet en hiermee belanden we uiteindelijk toch op het echte onderwerp van dit artikel na de niet alledaagse introductie.

Het Halloweengambiet werd oorspronkelijk Muller-Schulze gambiet of ook Leipzig gambiet genoemd (zie wikipedia).  Pas nadat een artikel van Jakob Steffen werd gepubliceerd in 1996 kwam de nieuwe naam in voege. Halloweengambiet klonk veel beter en al snel werden de oude namen niet of nauwelijks meer gebruikt. Op amateurniveau kreeg het gambiet enige bekendheid omwille van het angstaanjagende karakter van de resulterende complicaties. Een artikeltje op Tim Krabbes site: "A breeze in the sleepy Four knight's game" goot nog meer olie op het vuur. Echter dit betekende tezelfdertijd ook min of meer de doodsteek van het gambiet. De extra aandacht trok enkele theoretici aan en al snel werden diverse anti-dotes gevonden. Een minder bekende anti-dote die ik nog herinner uit die periode en nog steeds graag eens speel online, zien we hieronder.
Dit is het nadeel van veel gambieten. Je kan vaak het stuk teruggeven en je houdt een goede stelling over. Toch zien we het gambiet af en toe nog als een verrassingswapen opduiken. Daarbij zijn ook nieuwe, verfijnde versies ontdekt die minder dubieus zijn. Zo denk ik aan het Halloweengambiet tegen de glek die soms ook het omgekeerde Halloweengambiet wordt genoemd. Zelfs sterke spelers hebben zich met succes gewaagd aan dit systeem.
Tenslotte bestaat er ook nog zoiets als een dubbel omgekeerde Halloweengambiet of misschien moeten we het een omgekeerde Glek noemen. Ook in deze versie is het offer perfect speelbaar. Dit werd reeds gedemonstreerd door een piepjonge Magnus Carlsen. Zijn voorliefde voor snel de theoretische paden te verlaten, heeft hij duidelijk met de paplepel meegekregen.
Misschien kent de lezer deze geschiedenis al en was dit artikel slechts een opfrissing. De dubbel omgekeerde Halloweengambiet kwam al aan bod in een artikel gepubliceerd in 2008 op de blog van Sverre Johnsen maar ik vermoed dat weinigen hiervan op de hoogte zijn. Ik daarentegen dus wel en dat mocht mijn tegenstander in ronde 3 van de voorbije Open Leuven ervaren. De verrassing mislukte en ik kreeg al snel comfortabel spel zeker nadat wit ook nog eens hallucineerde.
Ik hoor sommige ouders klagen dat hun kinderen partijen verliezen door dit soort dubieuze gambieten. Men vindt het flauw om de kinderen in een val te laten trappen waardoor ze niet de kans krijgen om hun capaciteiten te tonen. Dit is echter een belangrijk onderdeel in het schaken waarmee men moet leren omgaan. Ofwel past men het repertoire aan zodat men dit soort gambieten vermijdt ofwel is men bereid om alle mogelijke dubieuze gambieten te leren vaak door scha en schande. Onlangs werd ik opnieuw bekritiseerd omdat ik weiger mijn zoon grote openingen te laten spelen. Dit zou slecht zijn voor ontwikkeling. Echter ik zie het nut niet in om hem in vallen te laten trappen waardoor de partij geregeld in minder dan 20 zetten voorbij is. Vandaag is het volgens mij veel belangrijker om hem lange partijen te doen spelen. Het opbouwen en afwerken van een partij is zonder twijfel prioritair op zijn niveau t.o.v. het leren van theoriezetten.

Brabo

dinsdag 9 januari 2018

Swindels

Terugvechten vanuit een verloren positie is in het schaken absoluut niet evident. In mijn artikel comebacks toonde ik aan dat in mijn partijen het kalf meestal al verdronken is wanneer er een evaluatieverschil van meer dan 1 pion is. Een recent artikeltje van schaaksite over het begrip omkeerbaarheid toont hetzelfde aan maar op een totaal andere manier. De Nederlandse expert Jaap Amesz demonstreert met enkele rapidpartijen hoe hij een topprogramma die een 1000 elo meer heeft makkelijk verslaat wanneer hij een stuk extra voor krijgt. Handicapwedstrijden zijn dus enkel interessant voor de beginnende schakers.

Het eindspel is een uitzondering omdat een fout er normaliter veel zwaarder doorweegt dan in het middenspel. Niet zelden heb ik in het verleden totaal verloren eindspelen kunnen redden doordat ik een beter inzicht had dan de tegenstander zie bv. eindspelen loper tegen paardeindspelen paard tegen paardeindspelen met ongelijke lopers,... Persoonlijk vind ik het spijtig dat we slechts in ongeveer 10% van onze partijen te maken krijgen met een "speelbaar" eindspel. Een hoger percentage had zonder twijfel positief geweest voor mijn rating. Trouwens het huidige snellere tempo in vergelijking met een paar jaar terug was zeker nadelig voor het eindspel.

Dus een gewonnen middenspel met een relatief lage computer-evaluatie zal vaak makkelijker te winnen zijn dan een gewonnen eindspel met een soms veel hogere computer-evaluatie. Ervaren spelers weten hoe tegenspel te vermijden in een gewonnen middenspel. Voor de verdediging is er meestal niets anders dan urenlang verdedigen. Dit is niet alleen lastig en saai maar levert bovendien zelfs voor sterke spelers weinig kans op succes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommigen op de swindeltoer gaan. De definitie van wikipedia vertelt ons het bedotten van de tegenstander om een verloren positie alsnog te redden.

Met de swindelzet leg je dus een val voor de tegenstander maar riskeer je tezelfdertijd ook een veel snellere/ onmiddellijke nederlaag. Wanneer stug verdedigen sowieso naar een gegarandeerde nederlaag leidt, is de swindel absoluut verantwoord. Echter in vele andere situaties is de juiste keuze veel minder duidelijk. Ik ben zeker hierin niet goed. Wanneer ik swindelzetten speel, is het veelal te laat en eerder een allerlaatste stuiptrekking voor de opgave zonder realistische kansen op een ommekeer. Ik herinner mij 1 duidelijke uitzondering in mijn schaakcarriere waarbij ik trachtte te swindelen in een slechte maar nog niet duidelijk verloren stelling.
De slotstelling is totaal verloren voor mij maar wit was tevreden met de remise dus keek niet verder dan de zetherhaling (iets gelijkaardigs gebeurde recent in de partij Zaki Harari - Maxim Rodshtein gespeeld in Isle of Man).  Naar alle waarschijnlijkheid had een iets sterkere speler afgeweken en zou de swindel gefaald zijn. In elk geval voelde ik mij achteraf niet trots op de swindel. Ik vond dat ik een half punt gestolen had maar besefte tezelfdertijd dat vele anderen nooit zouden aarzelen om mezelf iets gelijkaardig te kunnen lappen.

Helemaal anders voelt het aan wanneer een swindel gebeurt door een unieke verborgen mogelijkheid na een verandering in de stelling. Deze swindels zijn niet gebaseerd op het uitlokken van fouten maar vertrekken vanuit de eigen sterkte en vinden van vaak spectaculaire wendingen. Het meest vruchtbare terrein hiervoor is opnieuw het eindspel. In mijn artikel vakantie deel 3 vertelde ik al dat ik de partijen van de andere Belgen in Le Touquet trachtte te volgen. Hierbij keek ik niet alleen naar de spelers in de A-groep maar ook naar de Belgen in de B-groep. Zo zag ik een leuke swindel uitgevoerd door de 11 jarige Leen Deleu.
De resultaten vielen wat tegen voor Leen in het tornooi maar die ontsnapping zal zeker deugd gedaan hebben.

In Open Leuven overkwam mij de mooiste swindel uit mijn schaakcarrière en bovendien in een middenspel. Net op het moment dat ik dacht hem eindelijk te kunnen pakken blies de flamboyante Belgische expert Emile Boucquet mij van mijn sokkel met een wondermooi stukoffer die geforceerd naar remise leidde. De wrange smaak van een zeer gunstige stelling met pluspion te hebben laten glippen, werd al snel weggespoeld toen ik steeds beter de schoonheid ervan kon begrijpen.
Ik vermoed dat Emile op voorhand niet alles had uitgerekend maar dat doet er hier niet toe en was bovendien ook bijna onmogelijk gezien de resterende tijd op de klok. Halfjes of zelfs hele punten wil ik altijd wel verliezen als mijn tegenstander dit soort swindels op het bord kan toveren.

Eigenlijk horen dit soort swindels thuis in een boek voor de echte schaakliefhebber. Hiervoor hebben we leren schaken. Nu moet het net lukken dat de Australische grootmeester David Smerdon op zijn blog een oproep heeft gedaan om de beste swindels naar hem op te sturen omdat hij die wil bundelen in een boek zie artikel: a swindle that never was. Dus heb je zelf iets spectaculairs meegemaakt in de carrière, schrijf het hieronder of stuur het rechtstreeks op naar David.

Brabo

donderdag 21 december 2017

Onzichtbare zetten deel 2

Eenmaal tijdens mijn hogere studies heb ik de examenvragen op voorhand gekregen van een medestudent. Zijn neef volgde dezelfde studies maar in een andere hoge school. Een van de vakken kreeg hij bovendien van dezelfde prof. Echter de examens van dat vak werden afgelegd met enkele dagen verschil tussen beide hoge scholen en dus kon de neef zijn examenvragen doorzenden naar ons. Achteraf bleek dat de prof geen rekening hiermee had gehouden en dus waren we natuurlijk heel blij om op ons examen exact dezelfde vragen terug te zien. Het spreekt voor zich dat de gelukkigen allemaal erg goed scoorden op het examen.

Dit geldt ook voor het schaken. Wat we al eens op voorhand gezien hebben, zullen we automatisch veel makkelijker en beter kunnen oplossen. Dit effect zien we bijvoorbeeld heel sterk bij ratings van taktiekservers. Alhoewel sommige oplossers een heel bescheiden bordrating hebben, slagen ze erin om zeer hoge online taktiekratings te behalen. Chess.com-lid 2012VAChamp bijt vandaag de spits af met een 6482 elo (beste Belg op chess.com Superdog-II heeft slechts 2900). 2012VAChamp vertelt dat hij alle +3000 elo oefeningen op chess.com gememoriseerd heeft. Hij schat dat dit er een 500-1000 zijn.

Het is de belangrijkste reden voor mij om zelf nooit meer dan 5 oefeningen per dag te doen. Als niet-betalend lid kan je sowieso er nooit meer doen dan 5 maar daar zou ik onderuit kunnen geraken door mijn FM-titel te gebruiken om de diamant-status aan te vragen. Ik zie trouwens dat Warre De Waele dit zonet heeft gedaan want zijn tornooiwinst in Le Touquet (zie o.a. vakantie deel 3) legde de basis voor de kersverse FM-titel. Desalniettemin ondanks maximaal 5 oefeningen per dag, stel ik vast dat sommige oefeningen mij al eens eerder werden voorgeschoteld. Onderstaande oefening loste ik bij een 2de keer op in slechts een paar seconden. Het herkennen gebeurt bijna ogenblikkelijk en enkel het uitvoeren van de muisklikken kost enkele seconden.

Sommigen geven aan dat ze tot 20 keer of meer dezelfde oefeningen oplossen. Dit heeft natuurlijk niets meer te maken met taktiek oefenen maar alles met de torenhoge taktiekrating die ze hiermee kunnen halen. IJdelheid blijft een zeer verspreid menselijke zwakte en tezelfdertijd een bron van heel wat leedvermaak. Niet voor niets was het Engelse programma Keeping Up Appearances zeer populair in de 90'er jaren.

Eenmaal aan het bord valt het masker meestal af van de tovenaars. Plots blijken simpele opgaven onoplosbaar. Zonder de memorisatie is men hulpeloos. Hun online taktiekrating zou er heel anders uitzien wanneer de server enkel rekening zou houden met het oplossen van onbekende opgaven. Spijtig zie ik dit niet zo direct gebeuren want dat zou betekenen dat er niet alleen extra software ontwikkeld moet worden maar ook een gigantische tactische database moet worden bijgehouden van alle leden (vandaag wordt dit slechts gedaan voor de 25 meest recente opgaven).

De megadatabase lijkt mij daarom een beter hulpmiddel om de moeilijkheidsgraad met een zekere nauwkeurigheid op grote schaal bij specifieke stellingen te kunnen vaststellen. In mijn vorig artikel onzichtbare zetten gaf ik al aan dat dit zo goed als uitsluitend met openingsposities kan. Deze maal voeg ik er aan toe dat we het best hebben over stellingen die niet in het prof-circuit bekend zijn want fouten worden daar collega's onmiddellijk gedetecteerd.

Zo levert een eerste ronde van een open tornooi geregeld mooi studiemateriaal op. Naast miniatuurtjes waarbij de sterkere speler zeer snel de fouten afstraft van de zwakkere speler, zien we ook partijen waarbij de winst minder zuiver tot stand komt. Dit was zeker het geval in mijn eerste ronde van de voorbije Open Leuven tegen Mats Bakker.

Achteraf vond ik 8 partijen terug in de database met dezelfde stelling na wits 7de zet. In geen enkele werd de juiste zet gespeeld waarbij ze zelfs 1 keer werd gemist door een Azerbeidzjaanse grootmeester Azer Mirzoev zie partij. Trouwens online had ik het zelf ook al 2 keer eerder gemist maar blitzpartijtjes bestudeer ik zelden zie de (on)zin van blitz.

Het verbreekt in elk geval mijn vorig persoonlijk record als meest onzichtbare zet in mijn carrière. In mijn artikel herdersmat vertelde ik over hoe populair boekjes zijn over allerlei valletjes en truukjes. Het lijkt mij een leuk ideetje om eens met een programma de megadatabase uit te pluizen naar de meest onzichtbare zetten en die te bundelen. Dit zou wel eens een hoogst origineel werkje kunnen opleveren waarvoor wellicht interesse zal bestaan.

Brabo